Goudswaard
De stichting van dit dorp valt samen met de indijking van de Oud-Korendijksche Polder in 1439. Goudswaard wordt ook wel "de Korendijk" genoemd. Onder de aanduiding "Corendic" wordt dit gebied, dat later weer ondergelopen is, reeds vermeld in 1246.
Vroeger behoorde Goudswaard tot de heerlijkheid Putten. Zij zat voor de St. Elizabethsvloed (grote watersnood in het jaar 1421) nog vast aan het Land van Putten, maar na de vloed raakte ze los.
"Een nieuw Coornlandt aan die zuytzid van de Beeningen, miet eenen uyterdijck op die uytlanden, heeten Coorndijck, Coewaert, Gouwaert, Iemandtsgorssen, Huge Claesz. Gorssen ende Slollaersdijck." Dit was ongeveer de omschrijving van de nieuwe polder in 1439, waarin later Goudswaard kwam te liggen.
De naam Goudswaard is mogelijk afkomstig van één van de daar liggende gorzen Gouwaert. Het dorp Goudswaard is al vrij snel na de bedijking ontstaan. In 1898 werd het gemeentehuis gebouwd met daaraan vast de woning voor de burgemeester en de dokterswoning.
Vroeger behoorde Goudswaard tot de heerlijkheid Putten. Zij zat voor de St. Elizabethsvloed (grote watersnood in het jaar 1421) nog vast aan het Land van Putten, maar na de vloed raakte ze los.
"Een nieuw Coornlandt aan die zuytzid van de Beeningen, miet eenen uyterdijck op die uytlanden, heeten Coorndijck, Coewaert, Gouwaert, Iemandtsgorssen, Huge Claesz. Gorssen ende Slollaersdijck." Dit was ongeveer de omschrijving van de nieuwe polder in 1439, waarin later Goudswaard kwam te liggen.
De naam Goudswaard is mogelijk afkomstig van één van de daar liggende gorzen Gouwaert. Het dorp Goudswaard is al vrij snel na de bedijking ontstaan. In 1898 werd het gemeentehuis gebouwd met daaraan vast de woning voor de burgemeester en de dokterswoning.
| < Vorige | Volgende > |
|---|